Wat is VGV?

  • Definitie + Types
  • Prevalentie en voorkomen
  • Aangehaalde redenen
  • Wat zijn mogelijke gevolgen?
  • Belgische & Internationale wetgeving

Definitie + Types

Definitie

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) omschrijft VGV als elke ingreep die leidt tot een gedeeltelijke of volledige verwijdering van de externe geslachtsorganen van de vrouw of elke andere verwonding van de vrouwelijke geslachtsorganen toegebracht om niet-medische redenen (WHO, 2008).

Types

De verschillende vormen van VGV werden ondergebracht in 4 verschillende types. Deze classificering werd aangepast is 2007.

  • Type 1 of clitoridectomie is de gedeeltelijke of volledige verwijdering van de clitoris en/of de voorhuid van de clitoris.
  • Type 2 of excisie is de gedeeltelijke of volledige verwijdering van de clitoris en de kleine schaamlippen, met of zonder verwijdering van de grote schaamlippen.
  • Type 3 of infibulatie is de vernauwing van de vaginale opening met het verwijderen en dichtnaaien van de kleine en/of grote schaamlippen, met of zonder verwijdering van de clitoris.
  • Type 4 omvat alle andere schadelijke ingrepen op de vrouwelijke geslachtsorganen om niet-medische redenen, zoals prikken, piercen, snijden, insnijden en uitbranden.

In de praktijk wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen 2 types: excisie en infibulatie. Voor een zorgkundige die niet vertrouwd is met de praktijk, is het namelijk moeilijk het verschil tussen type 1 en 2 type te zien. Soms groeien de binnenste schaamlippen dicht na een besnijdenis, zonder dat de vagina doelbewust dichtgenaaid wordt.

[1] OHCHR, UNAIDS, UNDP, UNECA, UNESCO, UNFPA, UNHCR, UNICEF, UNIFEM, WHO. Eliminating female genital mutilation. An interagency statement [Online]. World Health Organization; 2008 [cited 2016 Apr 10].

Prevalentie en voorkomen

In de wereld

Volgens het meest recent onderzoek (UNICEF 2016) zouden 200 miljoen meisjes en vrouwen wereldwijd een vorm van genitale verminking hebben ondergaan. Bovendien lopen jaarlijks 3 miljoen meisjes het risico om onderworpen te worden aan de praktijk. De helft van de vrouwen die een verminking hebben ondergaan, wonen in slechts 3 landen: Egypte, Ethiopië en Indonesië. De praktijk wordt uitgevoerd in Afrika, Azië (Indonesië, Maleisië, …), het Midden-Oosten (Iran, Iran, …), Latijns Amerika (Colombia, Peru) en op het Arabisch Schiereiland (Yemen, Oman, …). De prevalentie kan sterk verschillen naargelang de regio, ook binnen eenzelfde land. Of men de praktijk uitvoert, hangt af van de bevolkingsgroep en de regio.

Afbeelding 2. Prevalentie van vrouwelijke genitale verminking in de wereld

GAMS-carte2017NL

In België

Op 31 januari 2012 leefden er in België naar schatting 48 092 meisjes en vrouwen afkomstig uit een land waar genitale verminking wordt uitgevoerd. Dit blijkt uit een prevalentiestudie, uitgevoerd door het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) te Antwerpen en ondersteund door de FOD Volksgezondheid (samenwerking met ICRH, WIV, ONE, K&G, Fedasil, CGVS, UNHCR). Van deze vrouwen en meisjes werden er 13 112 zeer waarschijnlijk besneden en lopen 4 084 meisjes het risico besneden te worden. De prevalentie is het hoogst in Vlaanderen en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met respectievelijk 6 761 en 5 831 meisjes en vrouwen die geconfronteerd worden met de praktijk. Daarna volgt Wallonië met een prevalentie van 3 303. Bovendien leven nog eens 1 300 asielzoeksters uit betrokken gemeenschappen in de verschillende gewesten. Zij zijn niet ingeschreven in het bevolkingsregister. Het gaat hier om een lage schatting, gezien het aantal vluchtelingen afkomstig uit een land waar VGV uitgevoerd wordt (Somalië, Eritrea, …) in de afgelopen jaren is gestegen.

Afbeelding 3. Raming van de vrouwelijke bevolking die waarschijnlijk besneden is of het risico loopt besneden te worden, per gewest, op 31 december 2012 (Bron ADSEI, ONE, Kind & Gezin)
prevalence_MGF_Belgique

Aangehaalde redenen

Aangehaalde redenen

De betrokken bevolkingsgroepen halen diverse redenen aan om deze gebruiken te rechtvaardigen in alle mogelijke combinaties. De redenen die gewoonlijk aangevoerd worden, verschillen per land en per bevolkingsgroep, maar ook binnen eenzelfde bevolkingsgroep naargelang de leeftijd of het geslacht (Gillette-Frenoy 1992).

  • Respect voor het gebruik of de traditie. De vraag “Waarom besnijden?”wordt gewoonlijk beantwoord met: “Dat wordt altijd zo gedaan, dat is nu eenmaal zo. Het is natuurlijk, het is normaal.” het is normaal.”
  • Sociale verbondenheid, sociale integratie. “Om net als de anderen te zijn, om niet te worden uitgesloten.”
  • Huwelijk. ”Een onbesneden meisje kan geen man vinden.” Samen met respect voor de traditie is dit de vaakst genoemde reden. Sommige meisjes worden voor hun huwelijk opnieuw besneden als men van mening is dat het niet goed gedaan werd of als, bij een infibulatie, het litteken spontaan is opengegaan. Sommige ouders weten welke risico’s VGV inhoudt, maar geven toe dat niet kunnen trouwen erger is dan de complicaties van VGV en dat dit dus de beste keuze is voor hun dochters.
  • Maagdelijkheid, kuisheid, echtelijke trouw. VGV wordt gezien als een manier om de eer van de familie hoog te houden door seksuele verlangens voor het huwelijk te onderdrukken. In een polygaam huwelijk, als de man er misschien niet in slaagt al zijn vrouwen te bevredigen en een gefrustreerde vrouw zou kunnen proberen om een buitenechtelijke relatie aan te gaan, wordt VGV gezien als een manier om de eer van de man te bewaren.
  • Vruchtbaarheid. Er bestaan heel wat mythes over vruchtbaarheid. VGV zou de vruchtbaarheid doen toenemen en de overlevingskans van het kind verhogen. Ook heerst in bepaalde gemeenschappen de overtuiging dat de clitoris, als die niet wordt afgesneden, even groot zou worden als een penis, dat de clitoris een gevaarlijk orgaan is dat de man zou kunnen kwetsen tijdens de penetratie (of hem impotent of onvruchtbaar maken) of de bevalling zou kunnen bemoeilijken.
  • Verleiding, schoonheid. Vooral bij bevolkingsgroepen die infibulaties uitvoeren, kan men open, gapende geslachtsdelen lelijk vinden. Dichtgenaaide, gesloten en onthaarde geslachtsdelen worden als ‘hygiënischer’ beschouwd en zouden de vrouw aantrekkelijker maken.
  • Reinheid, properheid. Zolang een meisje niet besneden of geïnfibuleerd is, wordt ze beschouwd als onrein, vuil en mag zij bepaalde dingen niet doen, zoals een maaltijd bereiden of opdienen.
  • Godsdienst. VGV werd al toegepast voor de komst van de monotheïstische godsdiensten. Hoewel VGV of infibulatie niet wordt voorgeschreven door de Koran of andere religieuze geschriften, voeren bepaalde gemeenschappen die toch uit in de overtuiging dat de godsdienst dit oplegt. We merken op dat VGV tevens voorkomt binnen christelijke gemeenschappen (katholieken, protestanten, kopten), bij Ethiopische joden (de Falachas) en bij animisten. De standpunten van de religieuze leiders verschillen: sommigen moedigen de gebruiken aan, voor anderen staan ze los van de godsdienst en nog anderen proberen ze uit te bannen. Wat de Islam betreft, op een internationale conferentie aan de universiteit van Al-Azhar in Caïro in 2006 hebben soennitische leiders zich uitgesproken tegen VGV (fatwa die stelt dat VGV ongefundeerd is in het islamitisch recht) (Andro & Lesclingand 2007). VGV van het type 1 wordt door de Islamitische gemeenschappen ook wel Sunna genoemd. Binnen de Islam staat Sunna voor alles wat goed is volgens God. Door met deze term ook naar clitoridectomie te verwijzen, groeit de verwarring en de overtuiging dat VGV zou voorgeschreven worden door de islam.

Hoewel de status van de besnijdsters door de bevolking niet wordt aangehaald als rechtvaardiging, mogen we toch aannemen dat ook dit element het voortbestaan van deze gebruiken in de hand werkt. Vrouwelijke genitale verminkingen zijn immers een bron van inkomsten en sociale erkenning voor de besnijdsters. Ze hebben er dus geen belang bij om hiermee te stoppen.

Aangehaalde redenen

Wat zijn mogelijke gevolgen?

Wie voert besnijdenissen uit en op welke leeftijd?

In de landen waar VGV een traditie vormt, wordt de praktijk uitgevoerd door oude vrouwen, traditionele vroedvrouwen of barbiers. Hoewel VGV verboden is door de WGO, wordt ze soms ook uitgevoerd door vroedkundigen en artsen die een medische opleiding volgden.

Ook wanneer mensen uit deze landen naar het Westen migreren, lopen meisjes nog steeds het risico besneden te worden. De families doen een beroep op besnijdsters afkomstig uit het land van herkomst of sturen hun dochter naar daar op vakantie, zodat de besnijdenis kan plaatsvinden.

Een verminking wordt meestal uitgevoerd op meisjes tussen de 4 en 14 jaar, maar kan ook plaatsvinden bij baby’s of vrouwen (bijvoorbeeld net voor het huwelijk). De laatste jaren wordt de verminking op steeds jongere leeftijd uitgevoerd. Dit gebeurt, onder andere, om de praktijk verborgen te houden voor de overheid. In veel landen bestaan namelijk wetten die de praktijk strafbaar stellen. Wanneer een meisje erg jong is, kan ze niet weglopen of kan ze geen klacht indienen tegen de persoon die haar onderwierp aan de praktijk.

Wat zijn mogelijke gevolgen?

Onmiddellijke gevolgen:

  • Hevige pijn, angst, wat soms tot een shocktoestand kan leiden
  • Bloedingen, soms met de dood tot gevolg
  • Ontsteking van de wonde en urineretentie
  • Letsels aan de omliggende organen

Gevolgen op lange termijn:

  • Herhaalde ontsteking van de urinewegen of genitaliën, nierstenen, neuroom
  • Moeilijkheden om te urineren, pijn tijdens de menstruatie, incontinentie
  • Littekenpijn, cyste, abces
  • Problemen tijdens zwangerschap en bevalling (vastzitten van baby tijdens bevalling, scheuringen, fistels)
  • Seksuele problemen (voor beide partners)
  • Risico op overdragen van HIV
  • Ontsteking van de eileiders, onvruchtbaarheid

De gevolgen op lange termijn variëren afhankelijk van het type besnijdenis en de gevolgen die onmiddellijk na de besnijdenis optreden (ontsteking, anemie, moeilijke littekenvorming). De kans op ontstekingen en problemen tijdens de bevalling is steeds aanwezig, maar is het grootst bij een besnijdenis van het type III gezien de vagina hier dichtgemaakt werd. Dyspareunie (pijn tijdens seksuele betrekkingen) kan steeds voorkomen bij een pijnlijk litteken of wanneer een neuroom ontstaat.

Psychologische gevolgen

De gevolgen van genitale verminking kunnen levenslang aanwezig blijven. Soms wordt de traumatische ervaring op het moment van de verminking verdrongen door het kind, maar duikt dit jaren later terug op. Dit kan zich op verschillende manieren uiten:

  • Verlies van het vertrouwen in de geliefden (ouderlijk verraad)
  • Gedragsstoornissen
  • Ongerustheid, angst (flash-back, nachtmerries)
  • Posttraumatische stressstoornis

Belgische & Internationale wetgeving

Belgische wetgeving:

Sinds 2001 bestaat een specifieke wet die VGV strafbaar stelt.

Artikel 409 van het Strafwetboek (in werking sinds 27 maart 2001) voorziet een gevangenisstraf van 3 tot 5 jaar voor

« elke persoon die eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht uitvoert, vergemakkelijkt of bevordert, met of zonder haar toestemming. De poging wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar. (…).  (…)». - Art. 409 van het Strafwetboek

Sinds juli 2014 is ook het aanzetten tot het uitvoeren van VGV strafbaar met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 1 jaar. Er bestaan verschillende verzwarende omstandigheden: minderjarigheid van het slachtoffer, de ernst van de gevolgen, winstoogmerk en, in het algemeen, afhankelijkheid en kwetsbaarheid van het slachtoffer (wanneer de uitvoerder/-ster macht heeft over het slachtoffer, bijvoorbeeld: een ouder, een arts, …). Afhankelijk van deze omstandigheden, kan een gevangenisstraf tot 15 jaar uitgesproken worden.

De verjaringstermijn bedraagt gewoonlijk 5 jaar. Deze termijn kan oplopen tot 10 jaar wanneer er sprake is van verzwarende omstandigheden en tot 15 jaar indien het slachtoffer minderjarig was op het moment van de feiten. In dit laatste geval begint de verjaringstermijn pas te lopen op de dag dat het slachtoffer 18 jaar wordt.

Bovendien kan elke persoon die een genitale verminking op een minderjarige uitvoert, vergemakkelijkt of bevordert – ook wanneer de verminking buiten de landsgrenzen uitgevoerd werd – vervolgd worden wanneer hij/zij zich op het Belgisch grondgebied bevindt (extraterritorialiteitsbeginsel).

Sinds het bestaan van deze wetgeving werden slechts zeer weinig klachten ingediend en werd geen enkele veroordeling uitgesproken. (Tussen 2009 en 2014 werden 15 klachten ingediend). Hierover bestaat dus nog geen jurisprudentie.


Internationale wetgeving:

VGV is wereldwijd in verschillende landen bij wet verboden: Senegal, Burkina Faso, Ivoorkust, Togo, enz.

Hiertoe werden verschillende internationale conventies geratificeerd, zowel door België als door andere landen:

  • CEDAW – Internationale conventie inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (13 januari 1984).
  • Afrikaans Handvest voor de rechten van de mens en van het volk (2 oktober 1986). Meer dan 50 Afrikaanse staten ondertekenden dit handvest
  • CRC – Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (1990)
  • Het Protocol van Maputo (juli 2003): aanvulling op het Afrikaans Handvest. Het doel is om de fundamentele vrouwenrechten in Afrika te promoten en te beschermen.
  • Conventie van Istanbul: conventie inzake de preventie van en de strijd tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (geratificeerd door België in 2016).